Jaap-Jan Flinterman

Zes opstellen over de

Griekse wereld in de Keizertijd

& een paar andere teksten

English

Mijn naam is Jaap-Jan Flinterman (1955), en ik ben als docent Oude Geschiedenis verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Deze beginpagina bevat links naar een zestal Nederlandstalige artikelen en bijdragen die ik tussen 1995 en 2002 heb gepubliceerd over de regio en de periode die in mijn onderzoek centraal staan: de Griekse wereld in de eerste eeuwen van onze jaartelling. Op de tweede helft van deze pagina kun je links vinden naar 'een paar andere teksten' (het zijn er inmiddels vijftien): teksten van uiteenlopende aard en uiteenlopende omvang voor verschillende doelgroepen, zoals studenten die snel willen kunnen meepraten over Marx en Bourdieu, Griekenlandreizigers, liefhebbers van historische romans, fans van Louis de Bernières en geïnteresseerden in de geschiedenis van het Nederlandse communisme of in toekomstvoorspelling aan de hand van dromen in de Grieks-Romeinse wereld. Ook wat Engelstalig werk tref je daar aan, en een paar stukken van recenter datum.


Six of the texts linked to the second half of this homepage ('... en een paar andere teksten') are in English: a short note on the so-called Laodice inscription (1987); a summary of the Dutch-language original (1993) of my book Power, Paideia & Pythagoreanism; a paper presented to the Corpus Christi Classical Seminar (Oxford) in February 1995; a review article, 'The Ubiquitous "Divine Man"' (1996); an article about the characterization by Aelius Aristides of Plato's dialogues as 'largely fictions' (2000-2001); and an article on the ascension of Apollonius of Tyana (2009). For the time being, this is an (almost) exclusively Dutch-language site, but perhaps in the future more texts in English will be included. If you feel like sending me a message about anything on this site, please do.


Inhoudsopgave

Inleiding bij de opstellen

Links naar de opstellen:
... en een paar andere teksten

Een volledige opgave van mijn publicaties is hier te vinden.


Inleiding bij de opstellen

In de Vroege Keizertijd - grofweg de eerste tweeëneenhalve eeuw van onze jaartelling - omvatte de Griekse wereld alle kusten rond het oostelijk bekken van de Middellandse Zee. Het kerngebied ervan lag eerder in het sterk geürbaniseerde westen van Klein-Azië (het huidige Turkije) dan in het moederland. Van de politieke vrijheid die de Grieken altijd zo na aan het hart had gelegen, was weinig over: verreweg de meeste gebieden die door Grieken werden bewoond, maakten deel uit van het Romeinse rijk. In later eeuwen zouden de Grieken zich zó met Rome gaan identificeren dat ze zichzelf Rhomaioi, 'Romeinen', gingen noemen. Maar in de Vroege Keizertijd  hielden Grieken uit verschillende lagen van de bevolking nog hardnekkig vast aan hun Griekse identiteit.Ephesus, bibliotheek van Celsus - foto: Radomil Binek (GNU) <http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Efez_Celsus_Library_1_RB.jpg> De meest spraakmakende groep in onze bronnen wordt, onvermijdelijk, gevormd door de maatschappelijke bovenlaag in de steden, waaruit de magistraten en de leden van de stadsraden werden gerecruteerd. Vertegenwoordigers van deze bovenlaag slaagden erin loyaliteit aan Rome te combineren met een sterk op het roemrijke klassieke verleden georiënteerde beleving van hun Griekse identiteit. Deze identiteitsbeleving is een van de twee thema's die centraal staan in de artikelen op deze site.

Traditionele polytheïstische religiositeit maakte van de Griekse identiteit een wezenlijk onderdeel uit. Alom werden de feesten voor de goden van het aloude Griekse pantheon met gepaste luister gevierd. Voor orakels van de god Apollo in Klein-Azië betekende de Vroege Keizertijd een bloeiperiode, en hetzelfde gold voor heiligdommen van de genezende god Asclepius. Maar het was niet alles traditie en conventie wat de klok sloeg. In onze bronnen is ook sprake van uitzonderlijke individuen, die over bovennatuurlijke gaven beschikten. Een van hen was Apollonius uit Tyana, in Cappadocië, die in de eerste eeuw van onze jaartelling leefde; een ander was Alexander uit Abonouteichos, in Paphlagonië, die in de tweede eeuw n.Chr. in zijn vaderstad een orakel voor een nieuwe manifestatie van Asclepius stichtte. Het optreden van zulke charismatische persoonlijkheden, dat soms op gespannen voet stond met het functioneren van de traditionele religieuze instituties, is het andere centrale thema in de onderstaande teksten.

Deze bijdragen zijn ongetwijfeld gedateerd, maar als oriëntatie op de onderwerpen die erin worden behandeld, zijn ze waarschijnlijk toch nog wel functioneel. Omdat alle artikelen op dezelfde periode en regio betrekking hebben, is een zekere redundantie onvermijdelijk. Ik heb niet geprobeerd zulke herhalingen te elimineren, want ook na deze herpublicatie op het web moeten de artikelen onafhankelijk van elkaar kunnen worden gelezen. Fouten uit de in druk gepubliceerde versies zijn (voor zover ik ze heb opgemerkt) stilzwijgend verbeterd, maar er is niet geprobeerd de teksten aan te passen aan de meest recente wetenschappelijke verworvenheden en inzichten. Wel wordt hieronder per link een aantal publicaties van recenter datum over het desbetreffende onderwerp vermeld. Van de zes opstellen staan er vijf op webpagina's die deel uitmaken van deze site; de pagina-indeling van de originele publicatie is daar vetgedrukt tussen vierkante teksthaken aangegeven. De voorlaatste link leidt de lezer naar een pdf van de gepubliceerde versie, met de originele opmaak en pagina-indeling.

Naar illustraties heb ik ijverig gezocht, niet altijd met succes, en vaker dan me lief was moest ik leentjebuur spelen bij Jona Lenderings onovertroffen www.livius.org. Veel is verder overgenomen van Wikimedia Commons. Van SquinchPix.com, een 'European Image Archive', met onder andere uitstekende foto's van verschillende archeologische sites in Griekenland, heb ik tot dusverre nog slechts op bescheiden schaal gebruik gemaakt. Voortreffelijke afbeeldingen zijn ook te vinden op de Russische (maar tweetalige) site The Online Database of Ancient Art. Van afbeeldingen die zich niet in het publieke domein leken te bevinden, heb ik de plaats van herkomst zo zorgvuldig mogelijk weergegeven. Mocht ik onbedoeld inbreuk hebben gemaakt op iemands rechten, dan volstaat een bericht om de afbeelding te laten verwijderen; ook andere reacties zijn vanzelfsprekend welkom. Ik heb de foto's niet voorzien van onderschriften, maar als je de cursor erboven houdt wordt het 'bijschrift' zichtbaar. Op die manier kan de lezer bijvoorbeeld te weten komen dat op de foto hierboven de Celsusbibliotheek in Ephesus staat.

Het vinden van goede historische kaarten op internet is eveneens een niet gering probleem. Mijn ervaring is dat je een aardig eind komt met Ian Mladov's Resources: Maps. Vooral de kaart van het oostelijke Middellandse Zeegebied met de Romeinse provinciegrenzen van 118 n.Chr. is handig voor de onderwerpen die op deze website aan de orde komen. Maar de beste hulp bij het ontwarren van het netwerk van Griekse steden in de oostelijke provincies van het Romeinse rijk wordt geboden door de website van het project Roman Provincial Coinage Online.
Terug naar de inhoudsopgave


Links naar de opstellen

'Sinterklaas in Paphlagonië en andere goedheiligmannen in het Romeinse rijk', Spiegel Historiael 30 (1995), 273-279

Dit artikel is begonnen als openingscollege van de opleiding Geschiedenis aan de VU, in augustus 1994. De ouderejaars studenten onder mijn gehoor hadden ervoor gezorgd dat ook de Sint zelf niet onkundig was gebleven van het feit dat zijn naam ijdel zou worden gebruikt: halverwege het uur kwam hij een kijkje nemen, maar ik hoefde niet mee naar Spanje (daarvoor zou het ook wel erg vroeg in het jaar zijn geweest). De hier opgenomen tekst staat iets dichter bij wat ik destijds heb gezegd dan de nogal sterk bekorte en zwaar geredigeerde versie die in Spiegel Historiael is verschenen. Het artikel draait om het verhaal van een religieuze freelancer uit de tweede eeuw die een succesvol orakel stichtte, Alexander van Abonouteichos; en we kennen het verhaal omdat het is verteld door een geniale satiricus, Lucianus van Samosata.Beeld van Glycon uit Tomis, aan de Zwarte Zee, Muzeul de Istorie Nationala si Arheologie Constanta - foto: Christian Chirita (GNU) <http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Glycon.JPG> Maar het artikel gaat ook over de controversiële vraag of de opvattingen die de vroegste christenen over Jezus van Nazaret formuleerden, wellicht beïnvloed zijn door heidense voorstellingen. De naam van de orakelgod was overigens Glycon; het ging om een nieuwe manifestatie van de genezende god Asclepius, in de gedaante van een slang met gedeeltelijk menselijke trekken, waaronder twee zeer geprononceerde oren.

Min of meer recente artikelen over Lucianus' aanval op Alexander van Abonouteichos en over de cultus van Glycon zijn: Angelos Chaniotis, 'Old wine in a new skin: tradition and innovation in the cult foundation of Alexander of Abonouteichos', in: E. Dabrowa (ed.), Tradition and innovation in the ancient world. Electrum 6 (Kraków 2002), 67-85; Dorothee Elm von der Osten, 'Die Inszenierung des Betruges und seiner Entlarvung: Divination und ihre Kritiker in Lukians Schrift "Alexandros oder der Lügenprophet"', in: Dorothee Elm von der Osten, Jorg Rüpke, Katharina Waldner (Hrsg.), Texte als Medium und Reflexion von Religion im römischen Reich (Stuttgart 2006), 141-157; zie in dezelfde bundel ook het artikel van Andreas Bendlin, 'Vom Nutzen und Nachteil der Mantik: Orakel im Medium von Handlung und Literatur in der Zeit der Zweiten Sophistik', 159-207. Bendlin staat uitgesproken sceptisch tegenover de waarde van Lucianus' geschrift als bron voor de Glyconcultus in Abonouteichos; hetzelfde geldt voor A. Petsalis-Diomidis, Truly beyond wonders. Aelius Aristides and the cult of Asklepios (Oxford: Oxford University Press 2010), die een hoofdstuk (blz. 12-66) wijdt aan de cultus van de 'Nieuwe Asclepius' Glycon. Over Noord-Turkije als deel van het Romeinse rijk is er een schitterend geïllustreerd boek van de hand van Christian Marek, Pontus et Bithynia. Die römischen Provinzen im Norden Kleinasiens (Mainz 2003). Zelf ben ik op moderne controverses rond het optreden van heidense charismatici uit de Oudheid nader ingegaan in een Engelstalig recensie-artikel: 'The Ubiquitous "Divine Man"', Numen 43 (1996), 82-98; ik ben erop teruggekomen in '"The ancestor of my wisdom." Pythagoras and Pythagoreanism in the Life of Apollonius', in: Ewen Bowie, Jaś Elsner (eds), Philostratus (Cambridge: Cambrid­ge University Press 2009), 155-175. Ik begrijp dat je je inmiddels begint af te vragen waar dat 'Sinterklaas in Paphlagonië' op slaat, maar daarvoor zul je toch echt het artikel moeten lezen.
Terug naar de inhoudsopgave

'De tweede sofistiek: een portie gebakken lucht?', Lampas 29 (1996), 135-154

In 1995 vroeg de redactie van Lampas mij om een artikel over de zogenaamde 'tweede sofistiek', een in onze ogen bizarre vorm van welsprekendheid die zich in de eerste eeuwen van onze jaartelling in een buitengewone populariteit mocht verheugen. Ik heb toen mijn bijdrage in de vorm gegoten van een poging tot weerlegging van een artikel van Peter Brunt (1917-2005), Een odeion (Messene) - In dergelijke gehoorzalen traden sofisten op. - foto: Herber Ortner (GNU), <http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Messene_02.jpg>emeritus hoogleraar Romeinse geschiedenis aan de Universiteit van Oxford. Dit artikel droeg de omineuze titel 'The bubble of the Second Sophistic' en was in 1994 gepubliceerd; Brunts centrale stelling was dat de tweede sofistiek een in ieder opzicht oninteressant fenomeen was.

De voorspelling in de slotzin van mijn bijdrage dat het laatste woord over de tweede sofistiek nog niet was gesproken, is overvloedig bewaarheid geworden. Tot de voornaamste publicaties sinds 1996 behoren: Simon Swain, Hellenism and Empire: Language, Classicism, and Power in the Greek World, AD 50-250 (Oxford 1996); Thomas Schmitz, Bildung und Macht: Zur sozialen und politischen Funktion der zweiten Sophistik in der griechischen Welt der Kaiserzeit (München 1997); Tim Whitmarsh, Greek Literature and the Roman Empire: The Politics of Imitation (Oxford 2001); Barbara Borg (ed.), Paideia: The World of the Second Sophistic (Berlin en New York 2004); en, opnieuw van Tim Whitmarsh, The Second Sophistic (Oxford 2005), een voortreffelijke beknopte kennismaking met het onderwerp.
Terug naar de inhoudsopgave

'Inleiding', in: Lucianus, De ontmaskering van de charlatans. Vertaald door Hein L. van Dolen, ingeleid en toegelicht door Jaap-Jan Flinterman (Amsterdam: Athenae­um – Polak & Van Gennep 1996), 7-31

In 1996 verscheen bij Athenaeum–Polak & Van Gennep van de hand van Hein van Dolen onder de titel De ontmaskering van de charlatans een vertaling van een drietal geschriften van Lucianus: Philopseudeis ē apistōn ('De fantasten en de realist'), Peri tēs Peregrinou teleutēs ('Het levenseinde van Peregrinus') en Alexandros ē pseudomantis ('Alexander, de valse profeet', dat ook al centraal had gestaan in 'Sinterklaas in Paphlagonië'); de inleiding en annotatie had ik voor mijn rekening genomen. Het boekje is al geruime tijd niet meer in de handel. Ik hoop dat de inleiding nog van nut kan zijn, als kennismaking met (deze geschriften van) Lucianus en met de de figuren uit zijn tijd, Beeld van een filosoof-asceet, tweede eeuw n.Chr., Archeologisch Museum Heraklion - foto: George Groutas, Wikimedia Commons <http://commons.wikimedia.org/wiki/File:The_Philosopher_Apollonius_of_Tyana_-_Archaeological_Museum_of_Herakleion.jpg>de tweede eeuw n.Chr., die hij op de korrel neemt: 'filosofische fantasten, suïcidale cynici en beunhazen in het bovennatuurlijke'. De namenlijst waarnaar in de noten bij deze inleiding af en toe wordt verwezen, is niet opgenomen. Deze tekst is mede tot stand gekomen dankzij redactionele bijstand van Jona Lendering. Het meer dan verdiende 'Dankjewel, Jona' is er destijds bij de afronding van het boek bij ingeschoten; bij dezen alsnog.

Van Alexander, de valse profeet verscheen kort na de publicatie van De ontmaskering van de charlatans een editie met (Duitse) vertaling en een commentaar dat, naar mijn indruk, nogal wat te wensen overlaat: Lukian von Samosata, Alexander der Lügenprophet. Eingeleitet, herausgegeben, übersetzt und erklärt von Ulrich Viktor (Leiden etc. 1997). Van Het levenseinde van Peregrinus en De fantasten en de realist zijn edities met Duitse vertaling, commentaar en 'interpretierende Essays' verschenen in de serie SAPERE van de Wissenschaftliche Buchgesellschaft: Lukian, Der Tod des Peregrinus: Ein Scharlatan auf dem Scheiterhaufen. Herausgegeben, übersetzt und mit Beiträgen versehen von Peter Pilhofer, Manuel Baumbach, Jens Gerlach und Dirk Uwe Hansen (Darmstadt 2005); en Lukian, Die Lügenfreunde oder: der Unglaubige. Eingeleitet, übersetzt und mit interpretierenden Essays versehen von Martin Ebner, Holger Gzella, Heinz-Günther Nesselrath, Ernst Ribbat (Darmstadt 2001). Over De fantasten en de realist is ook een recente studie van Daniel Ogden, In Search of the Sorcerer's Apprentice: The Traditional Tales of Lucian's Lover of Lies (Swansea 2007).

De opvatting die ik in mijn inleiding heb geventileerd over het tijdstip van Lucianus' bezoek aan Abonouteichos, heb ik beargumenteerd in een Engelstalig artikel in ZPE 119 (1997), 280-282. [Dit is een externe link, naar de website van het Zeitschrift für Papyrologie und Epigraphik.] Zie voor recenter literatuur over Lucianus' Alexander, de valse profeet ook hierboven, bij 'Sinterklaas in  Paphlagonië'.

Sinds 1996 zijn voor zover ik weet nog drie geschriften van Lucianus in het Nederlands vertaald: Ware verhalen. Vertaald en toegelicht door Boukje Verheij en Tijn Cuypers (Amsterdam 1999); Hoe word ik een goed historicus. Vertaald en ingeleid door G.H. de Vries (Amsterdam 2007); en Onder professoren. Een symposium. Vertaling Wannes Gyselinck (Leuven 2008). 
Terug naar de inhoudsopgave

'De sofist, de keizerin en de concubine: Philostratus' brief aan Julia Domna', Lampas 30 (1997),  74-86

Een artikel over een brief van een sofist aan een keizerin, waarin de schrijver de waarde van de (sofistische) welsprekendheid verdedigt tegen minder en meer recente kritikasters uit de filosofische hoekJulia Domna op een munt van Septimius Severus - Metropolitan Museum of Art New York, <http://www.metmuseum.org/toah/hd/ropo/ho_99.35.218.htm> en tegelijkertijd de geadresseerde vorstin probeert te paaien door haar te vergelijken met Aspasia, de maîtresse van de Atheense politiek leider Pericles.

Wie alles wil weten over vrouwelijke intellectuelen in het Romeinse rijk leze Emily Hemelrijk, Matrona Docta: Educated Women in the Roman Élite from Cornelia to Julia Domna (Londen en New York 1999). Van Julia Domna verscheen een biografie van de hand van Barbara Levick, Julia Domna: Syrian Empress (Londen en New York 2007). De vertaling van de brief van Philostratus in dit artikel is herdrukt in Ooggetuigen van het Romeinse rijk in meer dan zestig rapportages. Samengesteld en ingeleid door Olivier Hekster en Eric Moormann (Amsterdam 2007),  161-162. Op de verdediging van de welsprekendheid tegen kritiek van filosofen ben ik nader ingegaan in een Engelstalig artikel: '"... largely fictions ..." Aelius Aristides on Plato's Dialogues', Ancient Narrative 1 (2000-2001), 32-54.
Terug naar de inhoudsopgave

'"Westenwinden waaien over een desolaat landschap" – Aardbevingen in Klein-Azië in de eerste eeuwen van onze jaartelling', Hermeneus 72.5 (2000), 275-284

'Van Antiochië naar de Hellespont. Twee aardbevingen in Philostratus’ Leven van Apollonius van Tyana', in: Josine Blok, Jaap-Jan Flinterman, Luuk de Ligt (red.), Tesserae Romanae. Opstellen aangeboden aan Hans Teitler (Utrecht: Instituut Geschiedenis 2002), 37-54

In augustus 1999 werd het westen van Turkije getroffen door een zware aardbeving; tienduizenden kwamen om het leven. Datzelfde najaar was het raak in Griekenland, al vielen daar aanzienlijk minder slachtoffers. Deze gebeurtenissen vormden voor mij aanleiding me af te vragen hoe men in de Oudheid met dergelijke catastrofes was omgegaan. Grafsteen uit Nicomedia (Izmit) voor aardbevingsslachtoffers, ca. 120 n.Chr. (Parijs, Louvre) - foto: Marie-Lan Nguyen, Wikimedia Commons ('Jastrow') <http://de.wikipedia.org/wiki/Datei:Funerary_stele_Louvre_Ma4498.jpg>Hoe werd de hulpverlening georganiseerd? Op welke manier pasten mensen rampen van deze omvang in in hun wereldbeeld? Resultaat waren de twee bovenstaande artikelen. Onvermijdelijk komen ook hier sofisten en religieuze charismatici weer aan bod, sofisten in het eerste, charismatici in het tweede artikel.

Sinds 2002 zijn over aardbevingen in de Grieks-Romeinse Oudheid verschillende interessante publicaties verschenen. In het Hermeneus-artikel bespreek ik onder andere een brief die de sofist Aelius Aristides aan keizer Marcus Aurelius schreef naar aanleiding van de verwoesting door een aardbeving, in de late jaren zeventig van de tweede eeuw, van Smyrna. Naar verluidt was de keizer door het schrijven tot tranen toe bewogen. Over deze brief is een recent artikel van M.-H. Quet, 'Appel d'Aelius Aristide à Marc Aurèle et Commode après la destruction de Smyrne par le tremblement de terre de 177/178 après J.-C', in: M.-H. Quet (red.), La « crise » de l'Empire romain de Marc Aurèle à Constantin : mutations, continuités, ruptures (Parijs 2006), 237-278. Op de 'natuurwetenschappelijke' theorievorming over seismische fenomenen in de Oudheid wordt ingegaan door G.D. Williams, 'Greco-Roman seismology and Seneca on Earthquakes in Natural Questions 6', Journal of Roman Studies 96 (2006), 124-146. Interessant lijkt ook R. Bedon, 'Séismes et éruptions volconiques: réaction du pouvoir et de la société pendant la période impériale', in: R. Bedon (red.), Concepts, pratiques et enjeux environnementaux dans l'Empire romain (Limoges 2005), 353-375. Van het monument dat de steden van Asia in Rome voor Tiberius lieten oprichten, uit dankbaarheid voor de keizerlijke hulp na de aardbeving van 17 n.Chr., werd nog tijdens diens regering in Puteoli een kopie opgesteld. Daarover schreef Bernhard Weisser een artikel, 'Die Basis von Pozzuoli', Antike Plastik 30 (2008), 105-160, 'mit 37 Textabbildungen und 20 Tafeln'.
Terug naar de inhoudsopgave


... en een paar andere teksten


Inhoudsopgave andere teksten

Inleiding bij de teksten

Links naar de teksten:



Inleiding bij de teksten

De teksten waarnaar de lezer hieronder links aantreft, vormen een bont geheel: gebruiksteksten over Marx en Bourdieu voor het onderwijs, een lijstje aanbevolen historische romans, een artikel over de geschiedenis van het Nederlandse communisme in het interbellum, een kritische bespreking van Louis de Bernières' Vogels zonder vleugels, een tweetal artikelen over toekomstvoorspelling aan de hand van dromen in het Romeinse rijk, een poging 4000 jaar Griekse geschiedenis in het bestek van een paar pagina's te behandelen ten behoeve van Griekenlandreizigers in tijdnood, en een kennismaking met mijn favoriete Griekse regio. Deze negen webpagina's zijn Nederlandstalig. De daaropvolgende zes teksten zijn Engelstalig. Wat de teksten allemaal gemeen hebben is dat de auteur er met plezier aan heeft gewerkt - en hij hoopt dat anderen er door deze publicatie op het web nog iets aan hebben.
Terug naar inhoudsopgave andere teksten



Links naar de teksten

Het historisch materialisme voor studenten in 1500 woorden verklaard

Een ultrakorte inleiding tot de geschiedbeschouwing van Marx en Engels, in de eerste plaats bedoeld voor studenten die in het kader van oudhistorische lectuur marxistische begrippen als 'Sklavenhaltergesellschaft' of 'Asiatische Produktionsweise' tegenkomen. De beste uitleg in relatief kort bestek van fundamentele marxistische concepten als 'klasse' en 'klassenstrijd' is volgens mij trouwens te vinden in het werk van een oudhistoricus:Marx & Engels - foto: <http://www.mementopark.hu/> G.E.M. de Ste. Croix, The class struggle in the ancient Greek world from the Archaic age to the Arab conquests (Londen 1981), 31-69. Ik heb het boek in april 1984 gekocht. Ik had toen een deeltijdbaantje als docent, en het kostte bijna 20 % van m'n maandsalaris, maar ik heb er nooit een moment spijt van gehad. Ik vind het nog steeds een van de belangrijkste boeken over Grieks-Romeinse geschiedenis die in de vorige eeuw zijn geschreven, en bovendien een van de geestigste. Mijn favoriete citaat maakt deel uit van een uiteenzetting over de betekenis van de acta van het concilie van Chalcedon als bron voor sociale geschiedenis (blz. 145-146). Jammer genoeg, aldus De Ste. Croix, lezen sociaal-historici die acta zelden of nooit. Eigenlijk worden ze alleen geraadpleegd door kerkhistorici, "and perhaps not in bulk by many of them, since a large part of the contents is (or ought to be) rather painful reading for those of us who wish to believe that the deliberations and decisions of orthodox bishops may be expected to reveal the workings of the Holy Spirit." Enfin, mijn eigen ultrakorte samenvatting van het historisch materialisme is in hoge mate schatplichtig aan het werk van de in 2000 op 89-jarige leeftijd overleden Britse geleerde, maar een stuk minder onderhoudend.
Terug naar inhoudsopgave andere teksten

De sociologie van Pierre Bourdieu voor studenten in 600 woorden samengevat

Een nóg kortere inleiding op de sociologie van Bourdieu, in de eerste plaats bedoeld voor studenten Oude Geschiedenis en Klassieke Talen die zich met de Tweede Sofistiek bezighouden. Bij de kennismaking met de denkbeelden van Bourdieu heb ik veel profijt gehad van Richard Harker, Cheleen Mahar & Chris Wilkes (eds), An introduction to the work of Pierre Bourdieu. The practice of theory (Basingstoke, Hampshire/London 1990); en van de inleiding van Dick Pels in: Pierre Bourdieu, Opstellen over smaak, habitus en het veldbegrip. Gekozen door Dick Pels (Amsterdam 1989). De lezer zij gewaarschuwd: bij indamping van een complex gedachtengoed tot 600 woorden gaan natuurlijk nogal wat nuances verloren. Een meesterlijke toepassing van Bourdieus concepten op de Tweede Sofistiek, die wél recht doet aan de subtiliteit van het analytische instrumentarium van de Franse socioloog, is te vinden in een boek van Thomas Schmitz, Bildung und Macht: Zur sozialen und politischen Funktion der zweiten Sophistik in der griechischen Welt der Kaiserzeit (München 1997); ik heb dat uitvoerig (in het Engels) besproken in Mnemosyne 54 (2001), 374-378.
Terug naar inhoudsopgave andere teksten

Een paar historische romans over de Griekse en Romeinse wereld in de Oudheid

Een persoonlijke selectie, samengesteld voor eerstejaars studenten die een introductiecursus Oude Geschiedenis volgen.
Terug naar inhoudsopgave andere teksten

De CPN en de solidariteitsbeweging met de Spaanse republiek (1985)

Een artikel uit 1985, over een episode uit de geschiedenis van de Communistische Partij van Nederland (CPN). Het monument voor de Nederlanders in de Internationale Brigades van Eddy Roos - foto: Kevin Gessner <http://www.flickr.com/photos/kevingessner/3563321671/>Het biedt een gedetailleerde beschrijving van de initiatieven die de CPN nam om in Nederland ten tijde van de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) een solidariteitsbeweging met de Spaanse republiek van de grond te krijgen. Daarbij werd van communistische zijde gestreefd naar samenwerking met sociaal-democraten en mensen van buiten de arbeidersbeweging. Men probeerde, met andere woorden, in Nederland een bescheiden begin te maken met wat sinds 1934 de officiële politiek van de Communistische Internationale was: de politiek van eenheids- en volksfront. In hoeverre men daarin slaagde kun je lezen in dit artikel, dat oorspronkelijk werd gepubliceerd in Cahiers over de Geschiedenis van de CPN 10 (Amsterdam 1985), 9-54. Ik heb van deze herpublicatie op het web gebruik gemaakt om een aantal hinderlijke zetfouten te corrigeren.

Over Nederlanders die in de Internationale Brigades aan de kant van de Spaanse republiek meevochten, schreven Hans Dankaart, Frans Groot, Rik Vuurmans en schrijver dezes De oorlog begon in Spanje. Nederlanders in de Spaanse burgeroorlog 1936-1939 (Amsterdam: Van Gennep 1986). Het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam is in het bezit van een 'Collectie Nederlandse deelnemers aan de Internationale Brigades in de Spaanse burgeroorlog'. Daartoe behoren ook de interviews waarop 'De CPN en de solidariteitsbeweging met de Spaanse republiek in Nederland' én De oorlog begon in Spanje (mede) zijn gebaseerd.

Over een Nederlandse vrouw die aan Republikeinse zijde aan de burgeroorlog deelnam, is enkele jaren geleden een fascinerend boek verschenen van de hand van Yvonne Scholten: Fanny Schoonheyt. Een Nederlands meisje strijdt in de Spaanse burgeroorlog (Amsterdam: Meulenhoff 2011).

Yvonne Scholten heeft ook het initiatief genomen om te komen tot de oprichting van een 'digitaal monument' voor de Nederlandse Spanjestrijders, naar het voorbeeld van de database van de Amerikaanse Abraham Lincoln Brigade Archives. Meer over dit uitstekende initiatief kun je hier vinden. Het benodigde geld moet grotendeels door 'crowdfunding' bijeen worden gebracht. Bijdragen zijn welkom op:
NL73 INGB 0793 4145 71
ten name van Yvonne Scholten
o.v.v. 'Digitaal Platform Spanje 1936-1939'.
Aan degenen die een bijdrage storten of die dit al gedaan hebben, het dringende verzoek hun e-mailadres door te geven aan Yvonne Scholten. Niet alleen wil zij graag alle gevers bedanken, ze wil hen t.z.t. ook verwijzen naar een website die in voorbereiding is en waarop de ontwikkelingen rond de totstandkoming van het digitale monument kunnen worden gevolgd.
Terug naar inhoudsopgave andere teksten

'Een lesje contemporaine Turkse geschiedenis' (2005)

Een (bespreking van een) bespreking van Birds without wings/Vogels zonder vleugels van Louis de Bernières (2004), oorspronkelijk (februari 2005) verschenen in het huisorgaan van de opleiding Geschiedenis van de Vrije Universiteit. Een citaat: "Ik werd gaandeweg de lectuur in toenemende mate bevangen door ergernis over het beeld van het Ottomaanse rijk dat in Birds without wings wordt opgeroepen." Overigens ontstond ook over de beeldvorming van het verleden in De Bernières' vorige roman, Captain Corelli's Mandolin (1994), de nodige ophef: zie mijn naschrift van maart 2009 bij 'Een lesje contemporaine Turkse geschiedenis'.

Voor een goed onderbouwde kritiek op de idealisering van het Ottomaanse rijk zoals men die bij De Bernières aantreft, leze men Taner Akçam, De Armeense genocide: een reconstructie (2007), 25-54, die "de visie dat er vóór de opkomst van het negentiende-eeuwse nationalisme sprake was van relatieve vrede zowel onjuist als misleidend" noemt. Akçams boek is natuurlijk sowieso een must voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van het Ottomaanse rijk in zijn nadagen en in het ontstaan van de moderne Turkse republiek. Een geschiedenis van het moderne Turkije van Erik-Jan Zürcher (tweede, geheel herziene editie, Amsterdam 2006) is de Nederlandstalige versie van een standaardwerk van internationaal formaat.
 Terug naar inhoudsopgave andere teksten

[Met Jovan Bilbija] De markt voor mantiek: droomverklaring en andere divinatorische praktijken in de Oneirocritica van Artemidorus (2006)

In 2003 verscheen van de hand van Simone Mooij-Valk een vertaling van de Oneirocritica van Artemidorus van Daldis: een Grieks handboek voor toekomstvoorspelling aan de hand van dromen uit de tweede eeuw van onze jaartelling. In de jaren nadien heb ik met enige regelmaat werkcolleges voor gevorderde studenten verzorgd waarin deze merkwaardige, maar historisch zo informatieve tekst centraal stond. Bij de voorbereiding van het eerste van die colleges heb ik veel hulp gehad van Jovan Bilbija, destijds student-assistent van het leerstoelgebied Oude Geschiedenis aan de Vrije Universiteit. Samen hebben we sindsdien twee artikelen over Artemidorus en zijn droomboek gepubliceerd: 'De markt voor mantiek: droomverklaring en andere divinatorische praktijken in de Oneirocritica van Artemidorus', Lampas 39 (2006), 246-266; en 'Gedroomde goden: religieuze voorstellingen in de Oneirocritica van Artemidorus', Lampas 40 (2007), 31-52. Met Gerard Boter schreef ik daarna: 'Are petitionary dreams non-predictive? Observations on Artemidorus' Oneirocritica 1.6 and 4.2', Mnemosyne 60 (2007), 589-607. Jovan Bilbija is in april 2012 aan de Vrije Universiteit gepromoveerd op een proefschrift getiteld The Dream in Antiquity. Aspects and Analyses. Het tijdschrift voor Nederlandse classici, Lampas, heeft in december 2012 een themanummer gewijd aan dromen in de Oudheid.

Naar tot webpagina's omgebouwde versies van de artikelen die Jovan Bilbija en ik samen hebben geschreven, 'De markt voor mantiek' en 'Gedroomde goden', treft de lezer hierboven links aan. Deze herpublicatie op internet vindt plaats met toestemming met de uitgever van het tijdschrift Lampas, Uitgeverij Verloren.

Een buitengewoon nuttig hulpmiddel voor de bestudering van dromen in de oudheid is Dreams of Antiquity, een 'Bibliographische Online-Datenbank zu Träumen und Visionen in der Antike', van Gregor Weber, hoogleraar Oude Geschiedenis aan de Universität Augsburg. Vermelding verdient verder het werk van de 'Groupe Artémidore', een onderzoeksteam van de Université Paul-Valéry Montpellier III dat werkt aan een grondig geannoteerde vertaling van de Oneirocritica. De 'Groupe Artémidore' organiseert jaarlijkse conferenties waarvan de resultaten in de vorm van bundels met thematische studies over Artemidorus' droomboek worden gepubliceerd. De eerste bundel is inmiddels verschenen: Julien du Bouchet & Christophe Chandezon (ed.), Études sur Artémidore et l'interprétation des rêves, volume I (Paris 2012). De meest recente conferentie van de 'Groupe Artémidore' was georganiseerd in samenwerking met Gregor Weber en had een internationaal karakter. In 2012 is een bijgewerkte editie van de Griekse tekst met Engelse vertaling en commentaar verschenen: Daniel E. Harris-McCoy, Artemidorus' Oneirocritica. Text, Translation and Commentary, Oxford.
Terug naar inhoudsopgave andere teksten

Griekse geschiedenis in vogelvlucht

Je hoeft niet alles van Griekse geschiedenis te weten om van een Griekse vakantie te genieten. Maar helemaal niks is ook zo weinig: zelfs als je een gewone reisgids openslaat, vliegen periodebegrippen als 'klassiek' en 'hellenistisch' je al om de oren. Wanneer was dat? Wat gebeurde er toen zo ongeveer? En wat is een (acro)polis? Waar komt het Griekse alfabet vandaan? Waarom noemden Grieken zich een groot deel van hun geschiedenis 'Romeinen'? Waarom heten zoveel Griekse jongetjes 'Kostas'? Wat doen trouwens al die 'Frankische' en Venetiaanse kastelen in Griekenland? Toren der winden, Athene - foto: Thermos <http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Tower_of_winds.jpg>Waarom zijn de verhoudingen tussen Grieken en Turken wat minder hartelijk dan je tussen buren zou mogen verwachten of in elk geval hopen? En waarom zijn Grieken allergisch voor Duitse dictaten? In het kader van een zeer beknopt overzicht van 4000 jaar Griekse geschiedenis, van 2000 vóór tot 2000 ná Chr., geeft deze tekst antwoord op zulke vragen.

Wie zich verder wil verdiepen in de geschiedenis van de Grieken in de Oudheid kan beginnen met L. de Blois & R.J. van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld. Zesde, geheel herziene druk (Bussum 2001); wie meer wil weten van de geschiedenis van het moderne Griekenland met Richard Clogg, A concise history of Greece. Second edition (Cambridge 2002). Voor de Byzantijnse periode, de 'Griekse Middeleeuwen', kan men terecht bij Hein van Dolen, De Byzantijnse geschiedenis in een notendop (Amsterdam 2009); en bij Judith Herrin, Byzantium. Het verrassende leven van een middeleeuws rijk (Amsterdam 2009). O ja, en voor wie (zoals voor mij) een Griekse vakantie incompleet is zonder een bezoek aan de Peloponnesus, het schiereiland dat het zuidelijkste deel van het Griekse vasteland vormt, is de reisgids van Daniël Koster, Athene en de Peloponnesus (Amsterdam/Antwerpen 2004) verplichte kost. Alle reisgidsen voeren je langs Epidauros, Mycene en Olympia. Maar hoeveel reisgidsen brengen je bij bij het heiligdom van Apollo Tyritas tussen Péra Mélana en Sapounakéïka? Of bij het antieke Glympeís of Glyppía, dat ''tegenwoordig door het leven gaat als Kástro tis Paleopanayiás?"
Terug naar inhoudsopgave andere teksten

Vakantie in Kynouria

Wat onvolledige impressies van mijn favoriete Griekse regio, op basis van daar in 2008, 2010, 2011 en 2013 doorgebrachte zomervakanties en van archaeologische en historische publicaties over dit gebied: de oostkust van de Peloponnesus ten zuiden van de Argolída. Uitzicht vanuit Áno Tyrós naar zuidoosten - foto: Jaap-Jan FlintermanDeze webpagina is zeker voor uitbreiding vatbaar, en die zal er in de toekomst ook wel komen. Voorlopig bestaat het aanbod uit wat aardrijkskunde en geschiedenis van het gebied, en uit beschrijvingen van een aantal bezienswaardigheden van noord (Ástros) naar zuid (Leonídio). De resten van de villa van Herodes Atticus bij Ástros komen vrij uitvoerig aan de orde, inclusief de inscriptie met een lijst van gevallenen in de slag bij Marathon die daar is gevonden. Verder biedt Vakantie in Kynouría kortere beschrijvingen met wat foto's van de kloosters Moní Loukoús, Moní Ayíon Taxiarchón en Moní Elónis; van het kasteel van Parálio Ástros; en van de overblijfselen van klassieke nederzettingen en heiligdommen op de heuvel Tichió in de buurtschap Ellinikó Ástrous; op Nisí Ayíou Andréa; op de kaap ten zuiden van Paralía Tyroú; op de Profítis Ilías Melánon; en op Kástro bij Áyios Vassílios. In het zuiden van Kynouría, Leonídio en zijn achterland, maken we een rondgang langs monumenten die herinneren aan de Griekse burgeroorlog: een historische episode waaraan op Griekstalige webpagina's over de geschiedenis van de regio veel aandacht wordt besteed. Het geheel wordt besloten met een kort bezoek aan de bergdorpen Plátanos en Kastánitsa. Naar weblogs en sites uit de regio zelf (vaak met schitterende foto's) heb ik ijverig gelinkt.
Terug naar inhoudsopgave andere teksten

Lines 11-13 of the Laodice inscription (RC 18) (1987)

This is the complete translation of a short French language note published in the Zeitschrift für Papyrologie und Epigraphik 70, 1987, 171-172: 'Sur les lignes 11-13 de l'inscription de Laodice'. Antiochus II - photo: PHGCOM (GNU), <http://en.wikipedia.org/wiki/File:AntiochusIIMET.jpg>It adduces a parallel for a phrase from the so-called Laodice inscription: an epigraphic dossier concerning the sale, by the Seleucid king Antiochus II to his wife or former wife Laodice, of the village of Pannucome. The sale can be dated to the year 253 BC; Pannucome was situated in what is now northwestern Turkey, near the modern city of Gönen. In the 1970's and 1980's there was some discussion about the question whether the peasants from the village were included in the sale. I thought (and still think) that they were, and that the parallel adduced in this note proves that this is the correct interpretation of the royal letter that constitutes the central document of the dossier. Unfortunately, the misunderstanding I tried to dispel in my 1987 contribution still crops up in items of the standard bibliography on the position of native peasants in Asia Minor. That is why I have recently returned to the subject: 'Pannucome revisited: lines 11-13 of the Laodice inscription again', ZPE 181, 2012, 79-87. 
To the beginning of this homepage/Terug naar de kop van deze beginpagina

Power, Paideia & Pythagoreanism - Table of Contents and Summary (1993)

The Dutch language version of  Power, Paideia & Pythagoreanism. Greek Identity, Conceptions of the Relationship between Philosophers and Monarchs, and Political Ideas in Philostratus' Life of Apollonius (Amsterdam, Gieben: 1995) was published in 1993 by Styx Publications in Groningen; it was my doctoral dissertation, supervised by Lukas de Blois, Professor of Ancient History at the University of Nijmegen. In the Netherlands, dissertations written in Dutch have to contain a summary in a language accessible to an international readership. Since at the time I did not know whether I would receive a translation grant, I wrote a fifteen-page summary in English (pp. 307-321). The publication, in 1995, of the translation by Peter Mason made the summary redundant as a device to bring my dissertation to the attention of an international readership. Pwer, Paideia & PythagoreanismHowever, it may still come in handy for those who think a 240-page monograph on the Life of Apollonius a bit too much of a good thing; and it may also be helpful to people who want to complement a partial reading of the book by perusal of a synopsis. Therefore, I have decided to put it online, even though I must ask the reader for his or her clemency, because it was my first extended exercise in English prose composition. Superfluous to say that things such as references and bibliography are almost completely missing. For those see the book. The summary of the Dutch-language version is preceded by the table of contents of the English version.

Presenting an up-to-date bibliography on the
Life of Apollonius would be quite time-consuming. Suffice it to mention that two volumes of papers, on the Life of Apollonius and on Philostratus respectively, were published in 2009: Kristoffel Demoen, Danny Praet (eds), ΘΕΙΟΣ ΣΟΦΙΣΤΗΣ. Essays on Flavius Philostratus’ Vita Apollonii (Leiden: Brill 2009); Ewen Bowie, Jas Elsner (eds), Philostratus (Cambridge: Cambrid­ge University Press 2009). My contribution to the former volume can be found here. One of the editors of ΘΕΙΟΣ ΣΟΦΙΣΤΗΣ, Kristoffel Demoen, also supervised a fascinating dissertation on the Life of Apollonius: Wannes Gyselinck, Talis oratio, qualis vita. Een tekstpragmatisch onderzoek naar de poëtica van Flavius Philostratus' Vita Apollonii, Universiteit Gent 2008. You can find it here (full text). In order to read it, you'll have to learn Dutch, but I guarantee you that it's worth the effort! A lot of good information on Apollonius of Tyana can be found on the internet, thanks to Jona Lendering, who has put online Conybeare's 1912 Loeb translation of Philostratus' Life of Apollonius as well as interesting articles on both the author and the main character.
To the beginning of this homepage/Terug naar de kop van deze beginpagina

Is the Sage the Sophist's Mouthpiece? Political Interpretations of Philostratus' Life of Apollonius (1995)

This is the text of a talk for the Corpus Christi Classical Seminar in February 1995. It was essentially a viva voce prepublication of the final section of the fourth chapter of my Power, Paideia & Pythagoreanism, that at the time was being translated by Peter Mason, who also corrected the English of this paper. (By the way, I cannnot put the book online, because it is still available from BRILL). But the paper also contains a couple of ideas developed in later publications, e.g. the suggestion to apply Bourdieu-ian concepts to the Second Sophistic (see 'De tweede sofistiek: een portie gebakken lucht?', Lampas 29 (1996), 135-154; 'The self-portrait of an Antonine orator. Aristides, or. 2.429ff.', in Erik Nis Osten­feld (ed.), Greek Romans and Roman Greeks. Studies in cultural interaction. Aarhus Studies in Mediterranean Antiquity 3 (Aarhus: Aarhus University Press 2002), 198-211) and the emphasis on the differences rather than the similarities between the attitudes vis-à-vis those in power of philosophers and sophists respectively ('Sophists and emperors. A reconnaissance of sophistic attitudes', in: Barbara Borg (ed.), PAIDEIA. The world of the Second Sophistic (Berlin/New York: De Gruyter 2004), 359-376).
To the beginning of this homepage/Terug naar de kop van deze beginpagina

'The Ubiquitous "Divine Man"', Numen 43 (1996), 82-98

Working on Philostratus' Life of Apollonius of Tyana (as I did in the late 1980's and early 1990's for my PhD) unavoidably entails prolonged exposure to scholarly discussions about the so-called theios anēr hypothesis: the theory that early Christologies were influenced by a pagan conception of a miracle-working divine man, Apollonius almost invariably being presented as the embodiment par excellence of such a conception. I have to admit that getting acquainted with this branch of learning was a rather disorientating experience. Unsurprisingly, discussions about the 'divine man' turned out to have strong ideological overtones. For orthodox Christians the idea that pagan conceptions could have influenced Christian beliefs seemed hard to accept. Proponents of the theios anēr hypothesis, on the other hand, were often less straightforward than they should have been about the scarcity of the evidence for pagan 'divine men'. In addition, quite a few scholars, especially (but not exclusively) from the literary side of academia, appeared to be in the habit of demonstrating their acquaintance with a supposedly important subject by either referring to the classic exposition by Ludwig Bieler (as if  the final word about the matter had been spoken in the 1930's) or mentioning in footnotes more recent titles which they had insufficiently digested (as their texts made abundantly clear). Working on the Life of Apollonius obliged me to familiarize myself to a certain extent with the debate on the 'divine man', and the publication of studies by Graham Anderson (Sage, Saint & Sophist. Holy Men and their Associates in the Early Roman Empire) and Erkki Koskenniemi (Apollonios von Tyana in der neutestamentlichen Exegese. Forschungsbericht und Weiterführung der Diskussion), both in 1994, gave me the opportunity to organize and expand my thoughts on the subject, resulting in the review article for Numen that is republished here.

Three years after Koskenniemi's study another book on the subject was published, by David S. du Toit: THEIOS ANTHROPOS. Zur verwendung von θεῖος ἄνθρωπος und sinnverwandten Ausdrücken in der Literatur der Kaiserzeit (J.C.B. Mohr [Paul Siebeck]: Tübingen 1997). Koskenniemi's study had been a frontal attack on the theios anēr hypothesis from an historical point of view: he argued that as the main evidence for the allegedly Hellenistic conception of the 'divine man' was an early third-century CE portrait of Apollonius of Tyana, influence of such a conception on the earliest Christologies was simply impossible. Du Toit's focus, on the other hand, was on semantics: he argued that the Greek words traditionally translated as 'divine man' do not correlate with a conception of a 'divine man', and that the existence of such a conception must be considered an unproven assumption. For critical assessments of Du Toit's contribution to the debate see D. Zeller, 'The θεῖα φύσις of Hippocrates and of other "divine man"', in: J.T. Fitzgerald, T.H. Olbricht, L.M. White (eds), Early Christianity and Classical Culture. Comparative Studies in Honor of  Abraham J. Malherbe (Leiden/Boston 2003), 49-69; and my '"The ancestor of my wisdom": Pythagoras and Pythagoreanism in Life of Apollonius', in: E. Bowie, J. Elsner (eds), Philostratus, Cambridge: Cambridge University Press 2009, 155-175. In my view, there is no denying that the Pythagorean tradition knew a notion of 'Gottmenschentum'; on the 'Pythagoras model' see  Constantinos Macris, 'Becoming divine by imitating Pythagoras?', Mètis N.S. 4 (2006), 297-329.
To the beginning of this homepage/Terug naar de kop van deze beginpagina

'"... largely fictions": Aelius Aristides on Plato's dialogues', Ancient Narrative 1 (2000-2001), 32-54

It must have been in the late 1980's, while working on my PhD and trying to familiarize myself with Imperial Greek literature, that I first read the so-called Platonic orations by Aelius AristidesAelius Aristides (?), Musei Vaticani - photo: www.livius.org (admittedly in the translation by Charles Behr - I found and still find Aristides' Greek quite intimidating). In these curious texts the second-century orator makes a stand against the attack by Plato's Socrates, in the Gorgias, on oratory and on the four leading statesmen of fifth-century Athens: Miltiades, Themistocles, Cimon, and Pericles. Crossing swords with Plato over a distance of half a millennium may strike us as grotesque, and in dealing with Aristides it is sometimes difficult not to succumb to the temptation of having a good laugh at his self-importance and leaving it at that. But I also found in these texts much that was intellectually interesting, historically fascinating, and at times even moving. In the late 1990's the Platonic orations for some time became the focus of my research, resulting in two articles: 'The self-portrait of an Antonine orator. Aristides, or. 2.429ff.', in Erik Nis Osten­feld (ed.), Greek Romans and Roman Greeks. Studies in cultural interaction. Aarhus Studies in Mediterranean Antiquity 3 (Aarhus: Aarhus University Press 2002), 198-211); and the paper republished here which originally appeared in Ancient Narrative 1 (2000-2001). The paper focuses on Aristides' constant harping on the fictional nature of Plato's dialogues. It tries to locate Aristides' observations on this issue within the tradition of anti-Platonic polemic, to determine their relationship to theorizing on the dialogue form among early-imperial Platonists, and to elucidate the functions of this line of reasoning in Aristides' apologetic strategy.

The place to go for bibliography on Aristides is Classicalsace, the website of the project 'La méthodologie de Strasbourg dans le domaine de la philologie' . This project aims at elaborating the methodological instruments required for the realisation of the edition of the works of Aristides in the Collection des Universités de France; for bibliography see Ressources bibliographiques. There is an excellent introductory article on Aristides in Dutch by Manfred Horstmanshoff, focusing on the Sacred Tales; you can find it here. For a couple of passages from Aristides' defence of oratory in Behr's translation see here.
To the beginning of this homepage/Terug naar de kop van deze beginpagina

'Apollonius' ascension', in: K. Demoen & D. Praet (eds.), Theios Sophistès. Essays on Flavius Philostratus' Vita Apollonii (Leiden - Boston 2009), 225-248

The open access policy of Brill allows me to post a fairly recent article on this website. It is a discussion of the stories in Philostratus' Life of Apollonius (8.29-31) about the end of the earthly existence of the first-century miracle-worker and Pythagorean philosopher Apollonius of Tyana. The author presents his readers with three diverging reports of Apollonius' death - if he died, he adds. Two of these stories suggest or describe an assumption into heaven, either from the temple of Athena at Lindus or from the sanctuary of the Cretan goddess Dictynna. The article discusses the purport of these stories, comparing Apollonius' ascension with Heracles' apotheosis and Empedocles' farewell to mortality. It also tries to answer the question why the stories about Apollonius’ miraculous departure from life are situated in sanctuaries of the goddesses Athena and Dictynna on Rhodes and Crete respectively.

Photos of a red-figure krater from the
Allard Pierson Museum, Amsterdam (APM02579) and of the Menies bay on the Rhodopou peninsula from the website www.west-crete.com have been reproduced with permission of the copyright owners. The helpfulness of Willem M. van Haarlem MA, curator of the museum, and of Jean Bienvenu, webmaster of west-crete.com, is gratefully acknowledged.

As for recent bibliography, Apollonius' ascension from the sanctuary of Dictynna is preceded by a miraculous self-liberation; see for the Dionysian overtones of the stories about Apollonius' self-liberations now K. Demoen, D. Praet and W. Gyselinck, 'Domitian and Pentheus, Apollonius and Dionysus. Echoes of Homer and Euripides' Bacchae in Philostratus' Vita Apollonii', Latomus  70, 2011, 1058-1067. On (Athena's role in ) the apotheosis of Heracles see e.g. S. Deacy,
Athena, London/New York 2008, 65-67; and E. Stafford, Herakles, London/New York 2012, 47, 164 and 172-174; Stafford also discusses Rhodian mythology and ritual (p. 185-187).
                    
To the beginning of this homepage/Terug naar de kop van deze beginpagina

Deze site is op internet geplaatst in november/december 2008. Het copyright van de teksten berust bij de auteur. Laatste update of correctie: 28 oktober 2014.
Document made with KompoZer